Suriname (4 september 2002 - 11 september 2002) PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Angelique & Wilbert   
woensdag 4 september

Ook al hadden we nog niet echt een vakantiegevoel, onze vakantie was begonnen. Na het inpakken van een rugzak en een koffertje reden we naar ‘Piscadera’. Elly bracht ons naar het vliegveld. Om 16:30u waren we ingecheckt en hadden we nog voldoende tijd om een hapje te eten. Vanuit het restaurant zagen we dat het vliegtuig van ‘Surinam Airways’ klaargemaakt werd voor het vertrek. Om 18:00u bestijgen we de vliegtuigtrap waarna we allebei pas het vakantiegevoel krijgen. Met een vertraging van een half uurtje stijgen we uiteindelijk om 18:30u op. Na een vlucht van twee, en een half uur en het verrekenen van het tijdsverschil, landen we om 22:00u lokale tijd op vliegveld ‘Zanderij’. De controle bij de douane bleek reuze mee te vallen. Ook de bagage lag al snel op de band. Om 22:30u vertrokken we voor een busreisje van 60 minuten naar Paramaribo. Toen we om 23:30u op onze hotelkamer waren, zijn we al snel onder de lakens gekropen. De volgende ochtend wilden we al vroeg uit de veren om het centrum van Paramaribo te voet te gaan verkennen.


donderdag 5 september

Na het ontbijtbuffet te hebben geplunderd, zijn we gewapend met onze reisgids naar het centrum van Paramaribo gelopen. In de reisgids stond een fikse wandeling die je langs de belangrijkste plaatsen en gebouwen van de stad brengt. De wandeling startte bij ‘Fort Zeelandia’. Op weg naar het beginpunt passeerden we allereerst de ‘Palmentuin’. Na een korte stop in de tuin zijn we doorgelopen naar het startpunt van de wandeling, ‘Fort Zeelandia’. Het fort is natuurlijk bekend vanwege de tragische decembermoorden op de binnenplaats. Tegenwoordig is het ‘Surinaams museum’ in het fort gehuisvest. We hebben een kaartje gekocht voor het museum, maar zijn tot de conclusie gekomen dat er niet echt bijster veel in het museum te beleven valt. Het fort is ook niet eens zo indrukwekkend groot, maar vanwege de gedachte aan de tragische geschiedenis doet de plek je op de één of andere manier toch wel wat.

Achter ‘Fort Zeelandia’ ligt het ‘Onafhankelijkheidsplein’. Op het plein staat een standbeeld van oud minister-president ‘Johan Adolf Pengel’. Rondom het plein staan verschillende belangrijke gebouwen zoals het ‘Ministerie van Financiën’, het ‘Ministerie van Binnenlandse Zaken’, het ‘Hof van Justitie’, het ‘Presidentieel Paleis’, de voormalige ‘Nederlandse Ambassade’, de ‘Nationale Assemblee’ en het ‘Congresgebouw’. De gebouwen rond het ‘Onafhankelijkheidsplein’ verschillen nogal qua stijl. Zo is het ‘Ministerie van Financiën’ een uit steen opgetrokken gebouw waarop een houten torenklok prijkt die een kopie is van de toren van het ‘Stadhuis van Groningen’. De ‘Nationale Assemblee’ is een modern ogend gebouw. De voormalige ‘Nederlandse Ambassade’ is uit hout opgetrokken. Het ‘Congresgebouw heeft een futuristische constructie van beton, staal en getint glas. Rond het plein is dus een mooie, bonte verzameling van bouwwerken en –stijlen te zien.

Vanaf het ‘Onafhankelijkheidsplein’ zijn we langs de waterkant gaan lopen. Aan de ene kant van de straat vind je de ‘Surinamerivier’. Uitkijkend op de rivier zie je de restanten van verschillende scheepswrakken liggen. Aangezien deze wrakken de doorvaart niet belemmeren en het bergen van deze wrakken veel geld en moeite kost, laat men ze gewoon liggen. Tevens heb je een prachtig zicht op de brug over de ‘Surinamerivier’. Aan de kade zijn diverse eetstalletjes te vinden waar creoolse, Chinese, Hindoestaanse en Javaanse lekkernijen verkocht worden. Onze maag was nog goed gevuld dus zijn we aan de eettentjes voorbijgelopen. Aan de andere kant van de straat staat een rij met herenhuizen. O.a. de ‘Centrale Bank’ en het ‘Ministerie van Sociale Zaken’ zijn hier gevestigd. Toen we een foto wilden maken van het ‘Ministerie van Sociale Zaken’ werden we aangesproken door een zwerver. Hij vroeg ons het volgende: ‘Vraagt u geen toestemming wanneer u mijn huis gaat fotograferen?’ Wij hebben hier het volgende op geantwoord. ‘Wij wisten niet dat u daar woonde anders hadden we het wel even gevraagd.’ ‘Kunnen we misschien een kijkje bij u in huis nemen, we zijn nogal nieuwsgierig!’ De man begon te lachen en wenste ons een prettig verblijf in Suriname toe.

De zwerver was niet de enige die ons die ochtend heeft aangesproken. Heel veel mensen groetten ons of heette ons welkom in Suriname, echt een vriendelijk volk! Het viel ons daarbij op dat de Surinamers perfect Nederlands spreken.

Verderop aan de waterkant ligt de ‘Centrale Markt’. Deze markt is de grootste overdekte markt in het Caribisch gebied. De eigenlijke markt bestaat uit een loods en een gebouw met twee verdiepingen. Tot dan toe leek het zo rustig in de straten van Paramaribo, maar rondom de ‘Centrale Markt’ was het een drukte van jewelste. Op deze plek krijg je een goede indruk van de verschillende bevolkingsgroepen die er in Suriname/Paramaribo leven. Er waren vooral veel creolen, Chinezen, Hindoestanen en Javanen op straat te vinden. Indianen en Joden hebben we niet kunnen ontdekken.

Na het bezoek aan de ‘Centrale Markt’ zijn we geld gaan wisselen. Voor de zekerheid zijn we een bank binnengestapt i.p.v. de schijnbaar dubieuze wisselkantoortjes die je in grote getale tegenkomt. Met een paar honderd dollar zijn we binnengestapt en als miljonair stapten we buiten met een dik pak Surinaamse guldens.

Vanaf de bank zijn we richting het winkelhart van Paramaribo gelopen. De reisorganisatie had ons als tip gegeven om op de trip naar het binnenland regenjassen mee te nemen. In een warenhuis hebben we twee regencapes gekocht. Vanuit het winkelhart vertrekken veel vrachtwagens en bussen naar het binnenland. Vooral de bont gekleurde busjes fleuren het straatbeeld lekker op. Vlak bij het warenhuis ligt de ‘Grote Stadskerk’ ook wel ‘Mama Kerki’ genaamd. Door de week is er weinig bedrijvigheid in de kerk, mar het schijnt dat er op zaterdag een prachtige zangdienst gehouden wordt. Aangezien we op zaterdag in het binnenland zouden zitten, hebben we hier helaas niets van meegekregen. Vlak bij de kerk staat overigens een bronzen standbeeld van ‘Mahatma Ghandi’. Dit beeld is geplaatst op verzoek van de Hindoestaanse bevolking. De bril van ‘Ghandi’ is overigens ooit weggehaald, wat het karakteristieke gezicht een stuk minder goed herkenbaar maakt. Gelukkig staat op een bordje te lezen dat het hier toch echt ‘Mahatma Ghandi’ betreft. Iets verderop is een tweede trefpunt van de stad. Een aantal hoofdstraten komt hier samen op het plein ‘Spandoek’.

Aan het verderop gelegen ‘Kerkplein’ hebben we bij een Chinees restaurantje een broodje gegeten en wat gedronken. Daarna besloten we om de wandeling af te breken. We waren inmiddels al zo’n 5 uur op pad en besloten via de ‘Palmentuin’, het eindpunt van de wandelroute, terug te lopen naar ons hotel. Toen we richting de ‘Palmentuin’ liepen, passeerden we de ‘St. Petrus en Paulus Kathedraal’ Deze kathedraal heeft zwaar te lijden gehad van haar houten constructie. Bij restauratiewerkzaamheden is ooit een trekbalk doorgezaagd, waardoor het gebouw vrijwel op instorten is komen te staan. De oorspronkelijk in geelgrijze tinten geverfde kerk kan overigens ook wel een likje verf gebruiken.

Aangezien we na onze trip naar het binnenland toch nog een volle dag in Paramaribo zouden verblijven, zouden we het laatste gedeelte van de wandelroute op een later tijdstip uitlopen. Terug bij het hotel hebben we de rest van de middag naast en in het zwembad gelegen.

’s Avonds hebben we een taxi naar het centrum genomen om daar bij ‘Roopram’ Hindoestaanse roti te gaan eten. Deze gevulde pannenkoek met kip, aardappel, kousenband, pepers, pepers en pepers smaakte goed maar was wel heel erg scherp. Gelukkig werd er ook drankjes verkocht waarmee we regelmatig de lippen, tong en keel konden blussen. Wil je overigens zelf ook roti eten, dan kun je naar het Rotterdamse filiaal van ‘Roopram’ Aangezien er geen toetje op het menu van ‘Roopram’ stond, besloten we een ijsje te gaan halen bij ‘Mc Donalds’. Op weg naar ‘Mc Donalds’ werd ons door een zwerver een krant in de handen gestopt. Tevens begon de man mij hartelijk de hand te schudden en bedankte hij mij voor alles wat ik voor hem tijdens het carnavalsfeest had gedaan!? Uiteindelijk kwam dan toch de aap uit de mouw. Hij wilde gewoon geld van ons hebben. Na hem een paar duizend gulden in de hand te hebben gestopt, bedankte hij ons nogmaals hartelijk en vertrok. Naast de zwerver die we op straat tegenkwamen, was er verder geen kip op straat te bekennen. Het was nog best wel een hele tippel naar de fast food gigant. Gelukkig hebben we de wandeling zonder kleerscheuren volbracht. Na het ijsje opgepeuzeld te hebben, zijn we met een taxi teruggegaan naar het hotel. Alvorens te gaan slapen hebben we alle benodigdheden voor onze trip naar het binnenland in de rugzak gestopt.


vrijdag 6 september

’s Ochtends om 10:00u werden we verwacht op vliegveld ‘Zorg en Hoop’ te Paramaribo voor onze trip naar het binnenland. Na een kort ritje met een taxi worden we daar stipt om 10:00u afgezet. Onze gids, Sean, kwam ons al tegemoet gelopen en bracht ons naar het wachtlokaal van het vliegveld waar we kennisgemaakt hebben met de andere deelnemers van de tour. Als eerste maakten we kennis met vader Emro en dochter Inis. Emro is twee jaar geleden vanuit Nederland geremigreerd naar Suriname. Vanwege het vakantiebezoek van zijn in België studerende dochter Inis, maakten zij samen de jungletour. Lydia, Marcel, Ilse en Ed, vier welgestelde Surinamers van middelbare leeftijd, maakten deze tocht vanwege hun passie voor het bos al voor de tweede keer. Zij hadden ook al meerdere malen op andere plaatsen in het binnenland bezocht, echte routiniers dus. Als laatste maakten we kennis met Grace en Gil. Grace, een Surinaamse dame met een Chinese achtergrond, wilde het tropisch regenwoud zelf ook wel eens zien en tevens haar 8-jarige dochter kennis laten maken met het binnenland.

Alvorens in het twaalfpersoon’s vliegtuigje te stappen moest de bagage ingecheckt worden. Per persoon mocht maximaal 6 kilo aan bagage meegenomen worden op de vlucht. Daarnaast moesten we zelf ook op de weegschaal gaan staan zodat men kon bepalen wat er nog meer aan goederen mee naar het binnenland meegenomen kon worden. Op zo’n vlucht neemt men namelijk naast toeristen en hun bagage nog benodigdheden als medicijnen en gereedschappen mee voor de bewoners van het binnenland. Iedereen bleek zich netjes aan het maximum gewicht aan bagage te hebben gehouden. Om 11:00u stegen we op voor een vlucht van ongeveer een uur naar het vliegveld van ‘Kajana’.

Met veel geweld steeg ons vliegtuigje op vanaf vliegveld ‘Zorg en Hoop’. Omdat het vliegveld aan de rand van Paramaribo ligt heb je een prachtig uitzicht over de stad. Na zo’n 15 minuten vlogen we over vliegveld ‘Zanderij’ waar we twee dagen daarvoor een eerste stappen op Surinaams grondgebied gezet hadden. Twintig minuten later hadden we een prachtig uitzicht over het ‘Van Blommensteinmeer’. Dit stuwmeer is ooit ontstaan nadat er een dam was aangelegd voor het opwekken van stroom voor de verwerking van bauxiet tot aluminium. Helaas is de hoeveelheid stroom die opgewekt wordt nooit voldoende gebleken voor het verwerking van bauxiet tot aluminium. Bij het ontstaan van het meer hebben echter wel zo’n vijfduizend bosnegers hun dorpjes moeten verlaten omdat deze onder water zijn komen te liggen. Na het ‘Van Blommensteinmeer’ vlieg je alleen nog maar over het bos heen. Tussen de bomen door slingert de rivier ‘Gran Rio’. Regelmatig zie je kleine dorpjes die langs de rivier gesticht zijn. Verder zie je alleen maar groene boomtoppen, het lijkt wel of je boven een groot broccoliveld vliegt. Na ongeveer een uur vliegen, maakte het vliegtuig een bocht en konden we de landingsbaan zien waar we aan de grond gezet zouden worden. Landingsbaan?! Het was een langgerekt stuk opgekapt bos waar nu gras groeide. Dit was echter geen enkel probleem voor onze piloten. Zij zetten het vliegtuigje met een zachte landing veilig aan de grond in het hoge gras.

Nadat het vliegtuig tot stilstand gekomen was en de bagage was uitgeladen, liepen we naar de rivier waar we in een korjaal, een langgerekte boot, moesten stappen. De bootsman van het korjaal bracht ons in zo’n 30 minuten naar het jungle resort op het eiland ‘Awarradam’. Langs de rivier ligt het dichtbegroeide oerwoud met een grote diversiteit aan bomen en planten, werkelijk prachtig om te zien. In de rivier lagen nogal wat rotsen waar de bootsman het korjaal op geweldige wijze doorheen wist te loodsen. Aangekomen bij het eiland werden we enthousiast onthaald door de ‘Saramaccaanse’ bosnegerbevolking. Op het eiland ‘Awarradam’ staan naast hutjes die door de plaatselijke bevolking bewoond worden, ook hutjes voor toeristen. Er zijn maar enkele verschillen tussen de hutjes. De toeristen hebben een bed met klamboe terwijl de binnenlanders in een hangmat slapen. Verder hadden wij nog een kleine porch met twee hangmatten en een zitje die bij de andere hutjes ontbraken. Nadat we onze rugzak in de hut hadden gedropt, konden we meteen aanschuiven voor de lunch. Omdat er op hout gekookt wordt, smaakte het eten een beetje naar rook, maar het was nog steeds erg lekker. Gas is er niet en het beetje elektriciteit dat met twee kleine zonnepaneeltjes wordt opgewekt, wordt gebruikt voor de verlichting van het toiletblok en de diepvries.

Na de lunch hebben we naar de piranha’s staan kijken die vlak voor onze neus in de rivier zwommen. Vervolgens opperde ‘Sean’ om wat te gaan zwemmen in en rond de stroomversnelling. ECHT NIET! We hadden net naar de piranha’s staan kijken en nu vroeg hij of we zin hadden om te gaan zwemmen. Hij probeerde ons gerust te stellen met de volgende woorden: ‘Hier op ‘Awarradam’ eten de mensen piranha’s en niet andersom!’ Uiteindelijk zijn we die middag toch maar gewoon te water gegaan. Gelukkig hebben we nog steeds tien vingers, tien tenen en zijn we geen lidtekens rijker geworden. Aan het einde van de middag hebben we te voet een tocht stroomopwaarts gemaakt. Op verschillende plekken was het moeilijk om door de stroomversnelling heen te komen. Je moest op stenen gaan staan die vanaf de oppervlakte niet te zien zijn. Verder moet je de benen stevig wegzetten zodat je niet door het wassende water uit evenwicht gebracht wordt en, nog erger, wordt meegesleurd. Angelique was erg bedreven in het bedwingen van het ruwe water. Ik ben daarentegen één keer onderuit getrokken en ging kopje onder. Gelukkig kon ‘Sean’ mijn hand nog net vastpakken zodat ik niet mee naar het einde van de stroomversnelling werd gesleurd. Tevens heb ik het geluk gehad dat ik geen ‘sidderalen’ geraakt heb. Het schijnt dat deze aal een flinke stroomstoot af kan geven. Nadat we weer veilig terug waren op het eiland, hebben we de fles shampoo uit de rugzak gehaald en zijn ons gaan opfrissen in de rivier.

’s Avonds na het eten hebben we kennis gemaakt met de bewoners en het personeel van het jungle resort ‘Awarradam’ en de ‘Saramaccaanse’ cultuur. Zowel bewoners als toeristen hebben zich voorgesteld aan de groep waarbij gids ‘Sean’ als tolk fungeerde.In het binnenland spreekt men nauwelijks of geen Nederlands in tegenstelling tot in Paramaribo. Gil, het 8-jarige meisje, had geen voorstelrondje nodig. Bij aankomst op het eiland was zij al heel snel aan het spelen met de lokale kinderen en leek er geen taalbarrière te zijn.

Na een vermoeiende dag van reizen en veel nieuwe indrukken, zijn we met de olielamp in de hand naar onze hut toegegaan. Al snel zijn we in bed onder de klamboe gaan liggen en niet lang daarna zijn we naar dromenland vertrokken.


zaterdag 7 september

’s Ochtends om half acht werden we gewekt door het gerammel van kopjes. Toen we op onderzoek uitgingen waar het geluid vandaan kwam, bleek dat er een kan met heet water voor onze deur stond met daarnaast een potje oploskoffie, theezakjes, suiker en melk. We zijn achter op de porch gaan zitten en hebben een heerlijk kopje koffie gedronken. Daarna zijn we ons gaan wassen. Al snel daarna werd de bel geluid als teken dat het ontbijt klaar stond. Na een stevig ontbijt van verse broodjes, lokale pindakaas en vers fruit zijn we in het korjaal gestapt en naar de overkant van de rivier gevaren voor een wandeling door de jungle. Naast gids ‘Sean’ was ook ‘Foo’ ofwel ‘Vogeltje’ meegegaan om ons uitleg te geven over de verschillende bomen, planten en insecten die we op deze wandeling tegenkwamen. Regelmatig werden er bladeren geplukt waar we de geur van hebben opgesnoven en ‘Vogeltje’ liet ons verschillende stukjes bast van bomen proeven. De bedoeling van de wandeling was om ons te laten zien wat de Saramaccaanse bevolking allemaal voor producten uit het bos onttrekt en welke planten en bomen worden gebruikt voor het maken van medicijnen. Eén van de hoogtepunten waren de reuze mieren die we gezien hebben. Rondom een boomstammetjes was een mierennest gemaakt waaruit mieren van wel drie centimeter te voorschijn kwamen. Daarnaast vonden wij de enorme woudreuzen ook erg indrukwekkend.

Na de lunch zijn we per korjaal de rivier stroomafwaarts gevaren om een bezoek te brengen aan verschillende ‘Saramaccaanse’ dorpjes. De dorpjes zijn ontstaan in de tijd dat slaven zijn gevlucht vanaf de plantages rondom Paramaribo. Zij vestigden zich nabij de rivier. Omdat de plantage-eigenaren regelmatig de rivier op en af voeren, op zoek naar gevluchte slaven, werden de dorpjes niet direct aan de rivier gebouwd maar net iets verderop, uit het zicht. Omdat we een bezoek aan de dorpjes mochten brengen, hadden we als bedankje een fles rum voor het dorpshoofd meegenomen.In de dorpjes zijn vele offerplaatsen te zien. Op deze heilige offerplaatsen worden regelmatig sterke drank en voedsel geofferd om de goden en/of oppergod gunstig te stemmen. Daarnaast zijn er in zo’n dorp nogal wat hutjes met een speciale betekenis. Zo is er bijvoorbeeld een hut waarin vrouwen de eerste vier dagen van hun menstruatie doorbrengen, gescheiden van de rest van de dorpelingen. De dorpelingen zien niet graag dat deze plaatsen gefotografeerd worden. Tevens houden ze er niet van om zelf gefotografeerd te worden. Wij hebben dit gerespecteerd en daarom alleen maar foto’s geschoten wanneer de gids aangaf dat het mocht. Dit geeft meteen aan waarom we zo weinig foto’s van mensen gemaakt hebben. Rondom ‘Awarradam’ vonden de kinderen het echter wel leuk om op de foto te gaan, dus hebben we daar wel wat plaatjes geschoten. In het derde dorp,’Kajana’, zijn we op uitnodiging van dorpshoofd ‘Jangjanman’ gebleven voor het avondeten.

’Jangjanman’ is een uitzonderlijk persoon. Hij is de eigenaar van het eiland ‘Awarradam’ en heeft samen met een aantal dorpsgenoten en reisorganisatie ‘Mets’ het resort op het eiland gebouwd. ‘Jangjanman’ is vijftig jaar en heeft zevenentwintig kinderen en een groot aantal vrouwen. De familie had nog een stuk groter kunnen zijn, ware het niet dat hij al zes kinderen heeft verloren en hij al twee van zijn vrouwen heeft begraven. ‘Jangjanman’ is natuurlijk de bink van het dorp en zo gedraagd hij zich dan ook. Het is overigens gebruikelijk dat een man in het binnenland kinderen bij meerdere vrouwen heeft. Bij ons bezoek aan verschillende dorpen hoorden we dan ook regelmatig het volgende: ‘Kijk, daar heb je nog een vrouw van ‘Vogeltje’’ of ‘Ook dat is een kind van ‘Vogeltje’’.

Na het avondeten hebben we buiten de prachtig heldere sterrenhemel bekeken. We hebben o.a. gezien dat Maagd in Jupiter stond. Verder waren hebben we vallende sterren gespot en verschillende satellieten kunnen waarnemen. De vuurvliegjes zorgden ook voor een leuk lichteffect.

Wat later op de avond zijn Angelique en ik in lokale klederdracht aangekleed en hebben we in kleurige jurken en doeken een culturele zang- en dansavond bijgewoond. Uiteraard werd er ook van ons verwacht dat we mee zouden dansen. Dit hebben we, tot groot vermaak van de ‘Saramaccaners’, dan ook met veel plezier gedaan. Terwijl een grote groep dames in een halve cirkel gebukt stonden te klappen en te zingen, werd er in het midden met kleine stapjes gedanst. Niet echt ingewikkeld, maar als een blanke het nadoet, ziet het er blijkbaar nogal vreemd uit.

Het einde van het zang- en dansfestijn was aangebroken. Nadat Angelique en ik ons weer in onze eigen kleren hadden gestoken, vertrokken we per korjaal terug richting ‘Awarradam’. In het pikkedonker wist de bootsman ons, over de rivier, langs de rotsen, veilig naar het eiland te brengen, echt een geweldige prestatie. Onderweg hebben we nog een aantal kaaimannen gezien die bij nacht het de begroeide waterkant verruilen voor het water om te gaan jagen.


zondag 8 september

Zondagochtend heb ik, na eerst een bad in de rivier te hebben genomen, samen met ‘Sean’ hout gehakt voor het kampvuur van die avond. Daarna zijn we wederom stroomafwaarts gevaren. We gingen naar de bruisende stroomversnelling ‘Grandam’. Onderweg zijn we nog gestopt omdat er we een kaaiman aan de kant zat. Dit lelijke beest zorgde voor heel wat hilariteit toen het plotsklaps met veel geweld in het water sprong. Terug naar de stroomversnelling. De stroomversnelling is zo wild dat het onmogelijk is om er doorheen te varen. Toch komen er heel wat bootjes afgeladen vol voorbij. Vlak voor de stroomversnelling worden alle spullen uit de boot gehaald en naar de andere kant van de stroomversnelling, over land, gesjouwd. Wanneer de boot helemaal leeg is, wordt ook deze opgepakt en naar de andere kant gebracht. Daar worden de spullen weer op de boot geladen en kan men de reis vervolgen. Dit prachtige tafereel hebben we die dag meerdere malen mogen aanschouwen. Enkele stoere lui van onze groep zijn die middag nog in de stroomversnelling gesprongen en hebben zich een einde mee laten sleuren. Angelique en ik hebben dit avontuur maar aan ons voorbij laten gaan. De rest van de middag heeft de groep lekker in een rustig stukje water gelegen. Ikzelf heb de rest van de middag gevist. Aan de nerf van een palmblad had ik een stuk visdraad en een haakje vastgemaakt. Een dobber heb ik niet gebruikt. Wanneer het visdraad begint te bewegen, geef je gewoon een ruk aan de hengel en dan hoop je maar dat je een vis aan de haak hebt. Honderden keren is het aas van de haak gegeten en zat er geen vis aan de haak. Toch heb ik die middag zeker zo’n dertigtal vissen gevangen waaronder twee kleine piranha’s. Zo’n piranha haal je echt wel voorzichtig van de haak, want als je die rij tandjes in de bek ziet…

’s Avonds na het eten hebben we het kampvuur aangestoken. Vlak naast de rivier hadden we wat hout opgestapeld. Normaal gesproken sprenkel je wat benzine over het hout heen en gooi je daar een lucifer op. Dit kampvuur werd echter op een andere manier aangestoken. M.b.v. een stukje licht ontvlambare hars hadden we de grotere stukken hout binnen een mum van tijd brandend. ‘Sean’ heeft daarna zijn gitaar ter hand genomen en heeft wat liedjes gespeeld die wij dan weer meegezongen hebben.

Wanneer je ’s avonds bij de rivier zit, hoor je naast het geluid van kabbelend water ook nog andere geluiden. Vooral de boomkikkers maken met hun gekwaak een hoop lawaai. Samen met ‘Sean’ zijn we toen in het donker op zoek gegaan naar deze kikkers. Al snel hadden we een flink exemplaar gevonden. Vlakbij de boomkikker zat ook nog een grote pad. Toen onze ogen wat aan het donker gewend waren, bleken er nog veel meer kikkers en padden in onze buurt te zitten. ‘Sean’ scheen vervolgens met zijn zaklamp over de rivier en de rotsen. Er bleken veel kaaimannen op een steenworp afstand actief te zijn. We hoefden ons nergens zorgen om te maken, want deze beesten van zo’n anderhalve meter lang, zijn bang van mensen. Even later zagen we zelfs hoe een kaaiman, midden op een rots, op zijn gemak een kikker zat te verorberen. Omdat het toch de laatste avond op ‘Awarradam’ was en we toch nog maar één nacht in onze hut hoefden te slapen, heeft ‘Sean’ ons nog even wat vogelspinnen laten zien. Deze grote, harige spinnen hebben een vaste verblijfplaats waar ze alleen uitkomen om te jagen. Natuurlijk kende onze gids deze plaatsen zodat hij veel vogelspinnen kon laten zien.

Na een grondige controle van onze hut zijn we in bed gestapt en hebben die nacht verder prima geslapen.


maandag 9 september

Na het ontbijt zijn we nogmaals in een korjaal gestapt en naar de overkant van de rivier gevaren. Dit keer niet voor een bezoek aan het bos, maar voor een bezoek aan een akker. Op een stuk platgebrand bos wordt o.a. rijst, suikerriet en cassave verbouwd. Op het moment dat wij op de akker waren, werd er rijst geoogst. De rijstsoort die hier verbouwd werd, staat niet in drassige grond, maar groeit gewoon op een droog stuk land. We hebben op de akker nog wat mooie plaatjes van kinderen geschoten.

Onze trip naar het binnenland zat er nu zo goed als op. We zijn teruggevaren naar vliegveld ‘Kajana’ waarna we om 14:00u weer op vliegveld ‘Zorg en Hoop’ te Paramaribo stonden. Een uurtje later lagen we alweer in het water, dit keer niet in de rivier maar in een zwembad met een hoge concentratie chloor.


dinsdag 10 september

Dinsdagochtend hebben we eerst lekker uitgeslapen. We waren gelukkig nog net op tijd voor het ontbijt. Na het ontbijt hebben we de taxi naar het centrum genomen om het laatste gedeelte van de stadswandeling te lopen. We lieten ons afzetten bij de ‘Oranjetuin’. ‘Oranjetuin’ is een ommuurde begraafplaats waar de graven van verschillende gouverneurs en procureurs-generaal zijn te vinden. Bijgelovige Surinamers lopen uit angst voor geesten aan de overkant van de straat aan de begraafplaats voorbij. Vervolgens zijn we binnendoor naar de ‘Keizerstraat’ gelopen. In de ‘Keizerstraat’ is een typisch stukje Suriname te zien. In Suriname leven vele bevolkingsgroepen vreedzaam naast elkaar. Dit blijkt o.a. uit het feit dat de ‘Nederlands-Israëlische Synagoge’ en de ‘Moskee van de Surinaams Islamitische Vereniging’ vreedzaam naast elkaar staan.

Na wat gedronken te hebben bij één van de stalletjes aan de waterkant, hebben we een taxi genomen naar ‘Commewijne’. ‘Commewijne’ ligt aan de overkant van de ‘Surinamerivier’. Toen de grote brug, die overigens gebouwd is door het Nederlandse bedrijf ‘Ballast Nedam’, er nog niet was, kon je met een veerboot naar de overkant van de rivier. Met komst van de brug is de veerdienst komen te vervallen. Er varen nog wel wat kleine bootjes op en neer, die de mensen die geen auto bezitten naar de overkant brengen. Alleen de verroeste aanlegsteigers herinneren nog aan de voormalige veerdienst. Toen we aan de overkant de aanlegsteiger betraden, werden we aangesproken door twee mannen. Zij zouden deze aanlegsteiger onderhouden en wilden entreegeld heffen. Nou ja, entreegeld, zij wilden graag wat guldens om wat drinken te kunnen kopen. Later vertelde de taxichauffeur dat het junks waren die hun dagelijkse shotje bij elkaar aan het sparen waren. Hadden we dus toch beter zelf een flesje drinken kunnen kopen om het vervolgens aan de mannen overhandigen i.p.v. hen geld te geven. Op de terugweg zijn we nog even onderaan de brug gestopt waar we nog wat foto’s genomen hebben. Je kunt waarschijnlijk wel raden wat we de rest van de middag gedaan hebben nadat de taxichauffeur ons terug naar het hotel had gebracht.


woensdag 11 september

Vliegen op de 11e september valt reuze mee.Het vliegtuig naar Curaçao was goed gevuld en zonder problemen zijn we weer veilig aanbeland op ons huidige nest.

Suriname is werkelijk een prachtige vakantiebestemming, echt een aanrader. In Paramaribo ben je in een paar dagen wel uitgekeken, maar in het binnenland kun je best langer vertoeven. Vanaf Curaçao ben je binnen twee en een half uur in Suriname en is het dus zeker de moeite om daar voor een week op vakantie te gaan. Wanneer je vanuit Nederland vliegt, duurt de reis natuurlijk wat langer en is het zonde om er maar een week te gaan. Wij hebben een trip naar de bosnegers van ‘Awarradam’ gemaakt, maar wanneer je de omgeving van Paramaribo ook nog eens gaat verkennen en een meerdaagse trip naar de indianen van het binnenland boekt, kun je er echt wel twee tot drie weken lekker vakantie vieren. Je kunt een vakantie naar Suriname natuurlijk ook combineren met een vakantie op Curaçao of een andere bestemming in het Caribisch gebied of Zuid Amerika .

(Bronvermelding: Elmar Reishandboek Suriname, Tessa Leuwsha, ISBN 90-389-1169-6)
 
 
We hebben 2 gasten online