Venezuela (22 juni 2002 - 1 juli 2002) PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Angelique & Wilbert   
zaterdag 22 juni

’s Ochtends om 7.30u stond Ino bij ons op de stoep. Hij was zo vriendelijk om ons naar vliegveld ‘Hato’ te brengen. We zijn op weg naar Venezuela, deels om vakantie te vieren en deels om de bruiloft van neef Bram en zijn aanstaande Rocio bij te wonen. Rond 8.00u sloten we aan in de rij voor de balie van vliegtuigmaatschappij ‘Dutch Carrebian Airlines’ (DCA). Het inchecken wilde niet echt vlotten. Gelukkig waren we nog net op tijd door de douane.

Na nog heel even te hebben gewacht, klonk een oproep voor alle passagiers voor de vlucht naar Caracas om zich te melden bij de gate. Al snel liepen we over het asfalt van ‘Hato’ richting het vliegtuig. Het was een klein model propellervliegtuig waarin 48 passagiers vervoerd konden worden. Het echte moment van vertrek was nu aangebroken. Ondanks het feit dat we in een klein vliegtuig zaten, was hier niets van te merken tijdens het opstijgen. Na ongeveer 40 minuten werd de landing ingezet. Het dalen ging niet zo soepeltjes als het stijgen, maar gelukkig bleef het bij een vreemd gevoel in de maag en hebben we geen papieren zakjes aan de lippen hoeven zetten.

Alvorens onze koffers van de band te gaan halen, zijn we eerst even gaan ontbijten, want dit was er deze ochtend even bij ingeschoten. We hadden tevens nog wat reisuurtjes voor de boeg en dat kan natuurlijk niet op een lege maag. Na het verlate ontbijt zorgde een lieftallige jongedame met mobilofoon ervoor dat onze koffers alsnog snel van de band kwamen. De controle bij de douane stelde niet veel voor en daar stonden we dan in de hal van het vliegveld.

Eerst maar even wat Dollars inwisselen voor Bolivars. Het wisselen van de valuta was nog niet afgerond of er stond al een man een taxi aan te prijzen. D’as goed, dachten wij, maar is het wel een officiele taxi? Toch maar even meelopen. De man had wel erg veel haast en dat werkte Angelique een beetje op haar zenuwen. Om hem te pesten liep ze daarom langzaam en vertelde hem in goed ‘Dongens’ dat hij rustig aan moest doen. Bij de ‘officiële’ taxi aangekomen was de deal snel rond. Rocio, de aanstaande van neef Bram, had ons een indicatie gegeven voor de te betalen prijs voor een taxirit van Caracas naar Maracay. De rit naar onze bestemming duurde ongeveer 2 uur. In het begin van de rit hebben we heel wat krottenwijken van Caracas gezien, niet echt om vrolijk van te worden. Toen we Caracas eenmaal uit waren hebben we echter lekker genoten van het groene en bergachtige landschap van het noorden van Venezuela.

Eenmaal in Maracay aangekomen, moest de taxichauffeur nog enkele malen naar de weg vragen, maar al snel stonden we voor ons hotel, ‘Aventino’. Bram en Rocio hadden onze komst al aangekondigd en na de gebruikelijke formaliteiten stonden we in onze kleine maar nette kamer.

Rond de klok van drieën zijn we, naar een goed gebruik van de familie Den Boer, gaan wandelen om zo het centrum van Maracay te verkennen. Nog geen 50 meter van ons hotel had een man het letterlijk aan de stok met een politieagent. De politieagent had al snel de stok te pakken en na wat dreigende, slaande bewegingen, droop de man af. Da’s een lekkere binnenkomer! We hebben de middag al wandelend langs pleintjes, parken, winkelcentrumpjes en markten doorgebracht. Gelukkig was de sfeer relaxed en hebben we heerlijk op ons gemak de buurt verkend. Terug in het hotel zijn we eerst een dutje gaan doen waarna we ’s avonds heerlijk gegeten hebben in een chinees restaurant.


zondag 23 juni

Na prima te hebben geslapen in een goed bed, hebben we, toen nog, een koude douche genomen. Nadat ik namelijk gedouched had kwamen we erachter dat er een boilertje in de badkamer hing die een aan en uit knop had. Vooral ik was door het dolle heen, want de temperatuur in Maracay was heel wat anders dan op Curaçao. We hadden het al wel eerder gehoord dat alles zo koud kan zijn als je uit de warmte komt. Nu hebben we het zelf ondervonden. Als je het al koud hebt en je moet dan ook nog onder een koude douche dan kan ik je verzekeren, dat is niet fijn. We hebben daarna alle nachten zelfs zonder airco of fan geslapen.

Na de douche hebben we in gebrekig Spaans, want Engels kunnen ze geen van alle spreken of verstaan, een taxi naar ‘Colonia Tovar’ besteld. Dit dorpje ligt op ongeveer 1800m hoogte in de bergen, 60 km ten westen van Caracas. In de 18-e eeuw is hier een groep van 376 Duitsers uit het Zwarte woud neergestreken. Tot ongeveer 1940 heeft men hier Duits gesproken. Men trouwde tot dan alleen met vrouwen of mannen uit het dorp. Daarna is de Spaanse taal gaan overheersen en trouwde men met Venezulaanse mannen en vrouwen. Nu zie je dus nog een echt Duits dorp waar karakterestieke Duitse huizen staan, wit met bruine balken. Er lopen nog mensen rond met blonde haren en blauwe ogen. In de restaurants waren de serveersters gekleed in Duitse jurken met blouses met pofmouwen en een schort voor. De inwoners van ‘Colonia Tavar’ verbouwen nog veel zelf, zoals aardbeien, abrikozen, bramen en groenten. In het dorp wordt dit ook verkocht naast de braadworsten en gebak. Heel veel Venezulanen komen in het weekend naar het dorpje toe om inkopen te doen en de huizen te bekijken. Er zijn ook hotels in het dorp, zoals ‘Hotel Edelweis’. Op 1800m hoogte is het erg koud, zo’n 15 graden. De mensen liepen dan ook rond met wollen truien aan. Behalve wij, want we hadden niets bij ons!

Na wat rondgewandeld te hebben zijn we weer door de mooie bergen naar beneden gereden en heeft de taxichauffeur een touristische route terug naar het hotel genomen. Ook hier was veel armoede te zien en denk je, ‘Wat hebben we het toch goed’.

’s Avonds kwamen Bram, Rocio , oom Piet en tante Tiny aan in Maracay. Na even gekletst te hebben, zijn zij nog bij de ouders van Rocio op bezoek gegaan. We spraken af om de volgende ochtend elkaar op de gang van het hotel te treffen.


maandag 24 juni

Vandaag moest Rocio haar trouwjurk en Bram het pak passen. Maar het was een nationale feestdag en alle winkels waren gesloten. Daarom werd er besloten om naar de kust te gaan en daar te overnachten.

Om bij de kust te komen moet je door de bergen en we besloten met de bus te gaan. Nou dat was een belevenis op zich. We zaten in een typisch Venezulaanse bus waar je elkaar door de harde Merenge muziek niet kunt verstaan. We moesten ons erg goed vasthouden want zowel de steile berg op als af werd met ongeveer 40 km/u gereden. Wanneer je een berg op of af gaat is dat geen rechte weg maar een weg met flinke haarspeldbochten erin. Voor een bocht werd er aan een flinke luchthoorn getrokken en dan moest diegene die aan de andere kant reed wachten. Maar met die harde muziek hoor je natuurlijk niet alles en werd er dus regelmatig geremd en achteruit gereden om een ander te kunnen laten passeren. Gelukkig kwamen we heelhuids aan in het dorpje ‘Puerto Colombia’. Vanuit hier zijn we met een motorbootje naar een kustplaats 8 km verderop gevaren, ‘Chuao’. Dit dorp is alleen op die manier bereikbaar is. Op zich deed de man die de boot bestuurde het erg kalm aan, maar tante Tiny was erg blij toen het strand was bereikt. Ze vond het maar niets om met de boot op de golven te klappen. Na even in de zee te hebben gezwommen en gezond te hebben op het strand zijn we te voet op weg gegaan naar ‘Chuao’. Er waren wel taxi jeeps, maar het leek ons leuker om te lopen. Een uur lang hebben we over een mooie aangelegde zandpad gelopen, waaraan veel cacao- en bananenbomen stonden. Er waren ook veel landkrabben aan de kant van de weg te zien. Aangekomen in het dorp bleek het niet zo’n luxe dorp te zijn. De straten waren van zand en veel mensen liepen op blote voeten. Bram en Rocio hadden hier al een keer geslapen en gingen bij een vrouw informeren voor een slaapplaats. Er was nog een kamer met een tweepersoonsbed en een kamer met 3 stapelbedden. We hebben Piet en Tiny in het tweepersoonsbed laten slapen en met z’n vieren zijn wij op de stapelbedden gekropen. Na een heerlijk maal wat bestond uit vis, rijst, rauwkost en gebakken bananenschijfjes, zijn Wilbert en ik nog even het dorp in gegaan. De anderen zijn gaan slapen omdat de uren verschil na de reis vanuit Nederland begonnen op te spelen. In het dorp was het erg druk. Wij zijn op een bankje gaan zitten om eens lekker ‘aapjes te kijken’. Na een aantal minuten kwam er een dansende man voorbij. Op zijn hoofd droeg hij een tafeltje met daarop een pop. Om hem heen danste vrouwen en kinderen met vlaggen. Het was de dag van ‘San Juan’, een heilige, en dat werd gevierd. Er werd ‘Lang zal hij leven’ gezongen en waarna er een groot feest losbarste.

Na een nacht lekker slapen kregen we een heerlijk ontbijt wat bestond uit mais/kaaspastateitjes en ei met ui en tomaat (empanadas en arrepa). Na het ontbijt hebben we nog wat door het dorp gelopen en zagen hoe de cacaobonen op het kerkplein lagen te drogen. Daarna zijn we met het busje naar het strand terug gereden. Om 12:00u ’s middags zijn we met de boot naar een strandje verderop gevaren. We hebben daar wat gesnorkeld en lekker uitgerust, nou ja lekker! Er was daar een hutje met een afdakje van palmbladeren. Toen Tiny op haar rug onder het afdakje ging liggen, zag ze opeens een gifgroene slang naar beneden komen. Ze sprong op. De mannen van de boot, die ook siësta aan het houden waren, schrokken zich ook wild. De kapitein probeerde met een lange stok de slang te verjagen. De slang viel vorvolgens naar beneden en werd nog een keer hard geslagen. Het leek alsof hij dood ging. Maar toen de stok was wegegooid bewoog hij toch weer snel, de slang had net als of gedaan. Met een zwiep werd de slang met de stok in de boom gegooid en daar is hij blijven hangen tot we wegvoeren. De kapitein van het bootje vertelde dat het geen giftige slang was, maar hij kan wel flink met z’n staart slaan. Wanneer je geraakt wordt, komt er op die plek een bobbel en die nooit meer verdwijnt. Toen we weer met het bootje aankwamen in ‘Puerto Colombia’ was men daar ook nog het feest van ‘San Juan’ aan het vieren. Er waren schaars geklede dames aan het dansen op een podium en daaronder stonden de mannen erg lustig onder de rokjes te kijken. Op een ander plek werd een varken geslacht. Aan de overkant werd alvast hout opgestookt om houtskool voor de barbeque te maken. Aan het einde van de middag zijn we weer met de befaamde bus terug naar Maracay vertrokken. De bus zat propvol en de chauffeur reed nog net zo hard door de bergen heen als op de heenreis. We waren toch stiekem blij dat we ongedeerd terug in Maracay waren. Die avond zijn Piet, Tiny Wilbert en ik samen gaan eten omdat Rocio en Bram nog wat zaken moesten voorbereiden voor hun bruiloft van donderdag en zaterdag.

Woensdag 26 juni zijn we ook met vieren op stap gegaan, nu veilig met de benenwagen. Wat je veilig noemt, want je moet erg voorzichtig zijn. In Veneauela rijden ze allemaal door het rood. Na te hebben ontbeten in een broodjeszaak zijn we gaan shoppen. Tiny wilde nog iets leuks kopen voor het feest van zaterdag. We hebben heel wat winkels gehad en Tiny was geslaagd. Een heel mooie jurk, erg feestelijk. Wilbert had nog een paar schoenen op de kop kunnen tikken. Het was een gezellig dagje en ’s avonds nadat we gegeten hadden en terug kwamen in het hotel, waren Susan (zus van Bram en nicht van Wilbert) en haar vriend Joost, ook gearriveerd. Na wat gekletst te hebben zijn we gaan slapen.


donderdag 27 juni

De dag is aangebroken dat Bram en Rocio voor de gemeente gaan trouwen, maar dit is pas om 17.00u. We hadden dus nog een heledag voor ons. ’s Ochtends na het ontbijt zijn we naar ‘Santuario de Madre de San José’ gelopen. Bij dit ‘Santuariao’ hoort het volgende verhaal. Zuster José leefde van 1875-1967. Zij was erg goed voor de medemens. Na haar dood is ze begraven. In dertig jaar is haar graf driemaal geopend. Elke keer bleek haar lichaam nog volledig intact. De mensen waren natuurlijk erg verbaasd en zien haar daarom als een heilige. Ze zijn er ook mee bezig om haar officiëel heilig verklaard te krijgen. Nu ligt ze opgebaard in een glazen kist en kan men haar, op een afstand, bekijken. Heel veel Venezulanen gaan bij haar bidden als er iets gaat gebeuren of is gebeurd en geloven heilig dat hun gebeden door ‘Madre de San José’ verhoord worden. Vervolgens hebben we nog over de markt gewandeld en wat gedronken op een terras. Daarna zijn we gaan douchen, want we zouden om 14.00u bij het hotel opgehaald worden. Maar zoals ook op Curaçao gebeurd, hebben ze hier ook een uitlooptijd. We werden uiteindelijk om 15.15u opgehaald door het zusje van Rocio. Aangekomen bij het ouderlijkhuis was het bruidspaar nog niet aanwezig. Ze waren nog in de stad. Wat was het geval, Rocio moest om 8.00u ’s ochtends bij de kapper zijn en was daar pas om 14.00u klaar. Maar iedereen is hier altijd te laat, zei men, dus die ambtenaar komt ook pas na vijven. En dat was ook het geval, om 17.15u arriveerde de ambtenaar van de burgerlijke stand. Wilbert had zijn camera meegenomen om het huwelijk vast te leggen. Hij was de familie aan het filmen tot hij doopnamen hoorde vallen. De ambtenaar was ongeveer 5 minuten bezig. Toen werd er ‘Si’ (ja) gezegd en werden de handtekeningen gezet. Het geheel heeft ongeveer 6 minuten geduurd. In Nederland vinden we het al snel gaan, maar dit brak alle records. Nadat de ambtenaar was vertrokken werden er glazen uit de kast gehaald en werd er met champagne geproost op het bruidspaar. Daarna werd er in de tuin een feestje gehouden en kwamen er wat ooms, tantes, neven, nichten en vriendinnen van Rocio en Bram. Er waren lekkere hapjes en er werd lekker gedanst. Rond 0.00u werd de gezellige avond afgesloten en zijn we hotelwaards gegaan.


vrijdag 28 juni

Vandaag hadden we weer een vrij dagje en zijn we met zessen naar het strand gegaan. Het zou ongeveer 3 kwartier à 1 uur rijden zijn. Deze bus reed ook door de bergen, maar reed veel rustiger. We deden er heen al 2 uur over. We waren pas om 15.00u op het strand. Nu hadden we zo’n lange tocht gemaakt en scheen de zon niet. Het was zelfs koud, het waaide en we hadden weer kippenvel. We werden wel warm onthaald door de man van de strandtent. Hij vroeg of we wat wilde drinken en de mannen bestelde natuurlijk bier. De man kwam terug met een koelbox met 12 flesjes bier erin. Dit werd op tafel gezet en we konden dit later afrekenen. Toen vroeg hij of we nog iets wilde eten, bijv. gebakken banaan. Of wilden we misschien de kaart zien. We wilden de kaart wel zien en de man vertrok. Er kwam maar geen kaart en opeens kwam de man daar aan met gebakken banaan, maar geen kaart. We hebben de bananenplakjes heerlijk opgepeuzeld. Toen kwam hij aanlopen met twee rauwe vissen op een bordje. Dat doen ze in Venezuela wanneer je vis wilt bestellen, ze laten hem even zien voordat hij de pan in gaat. Maar we wilden geen vis. No, no, no, zeiden we, dat hoeven we niet. We wilden de kaart toch zien, of zou hij i.p.v. de kaart alle gerechten van de kaart komen tonen. Gelukkig was dit niet het geval. Hij begreep dat we verder niets wilden eten. Na maar anderhalf uur op het strand geweest te zijn, zijn we toch maar op gaan kijken hoe laat de bus weer terug ging naar ‘Maracay’. Dit was om 17.30u, dus om 19.30u waren we op het busstation van ‘Maracay’. ’s Avonds hebben we in een groot kiprestaurant gegeten en daarna wist Rocio een cocktail barretje. We zijn erheen gegaan en Susan, Joost, Wilbert en ik zijn wat langer gebleven dan de andere. Er speelde een bandje wat af en toe engelstalige nummers zong. Na wat cocktails kwam de stemming er aardig in. Toen Wilbert de moonwalk van Michael Jackson na deed, volgde een groot applaus vanuit het Venezulaans publiek. Na zo’n avondje doorzakken werd er natuurlijk heerlijk geslapen.


zaterdag 29 juni

Vanavond om 20.00u wordt het kerkelijk huwelijk voltrokken. Het is gebruikelijk dat er op zaterdagavond getrouwd wordt. Wat daar de reden voor is weet ik niet, maar het betekende dat we nog de gehele dag moesten wachten. Na gebrunched te hebben zijn we door de zus van Rocio naar de dierentuin van Maracay gebracht. De dierentuin ligt aan de rand van de stad en ziet er ongeveer hetzelfde uit als op Curaçao. Er zijn wel hekken om de dieren geplaatst, maar kleine kinderhandjes kunnen zo door het gaas heen gestoken worden. Het is toch leuk om bij een nijlpaard je hand in zijn grote bek te steken!? Het is dus erg opletten met kinderen. Veel dieren lagen in een hoekje siësta te houden, dit hadden we natuurlijk kunnen weten. Er waren wel mooie tijgers te zien. Wat we wel zielig vonden was dat er een grote baviaan en een chimpansee alleen in een kooi zaten terwijl dat volgens mij toch echte familiedieren zijn. In de kooien had men struiken nagebootst door stenen groen te verven. Bij de bruine beren was dit ook het geval en hun nagels waren erg lang. Ze hebben natuurlijk niets waar ze aan kunnen krabben. Nee, erg diervriendelijk zijn ze in deze landen niet echt. Bij de olifant lag zelfs geen vijvertje waar hij water uit kon halen om z’n rug mee nat kon spuiten.

Na een middagje dierentuin moesten Susan en ik om 16.30u bij de kapper zijn om ons haar te laten doen en ons eens lekker te laten verwennen. We waren netjes op tijd. Rocio lag toen in de stoel om mooi opgemaakt te worden. Zij was al om 14.00u aanwezig en men had haar haren gewassen en recht gefohnd. Rocio heeft van namelijk flinke krullen. Toen Susan en ik om 18.45u weggingen waren ze nog met Rocio bezig om met een speciale krultang pijpenkrullen in haar haren te maken!? We zijn snel naar het hotel gelopen, want om 19.45u moesten we in de kerk zitten. Snel douchen en opmaken en dan twee taxi’s bestellen. Er werd wel voorgesteld om ons op te halen, maar na de verlating van donderdag, hadden we zoiets van we gaan wel met de taxi. Om tien voor acht kwamen we uitgeput aan bij de kerk, er waren nog maar een tante en een neef aanwezig. We hebben het gehaald. Om 20.05u was er, buiten de priester die netjes zat te wachten, verder nog niemand. Om 20.10u kwam de bruidsauto met Rocio en haar vriendin aanrijden, maar waar was de bruidegom. Hij werd om 20.15u afgezet door de broer van Rocio. De broer wilde naar een andere kerk rijden en Bram kwam daar halverwege achter en zei: “Ik moet in de andere kerk zijn”. Om 20.20u kwamen de andere gezinsleden bij de kerk aan en kon de mis beginnen. De kerk was heel mooi aangekleed met witte doeken, veel bloemen en kandelaars. Als eerste kwam Bram met Tiny, zijn moeder, door het kerkpad. Daarna de moeder van Rocio met een neef, gevolgd door Rosalin, de zus van Rocio. Achter één bruidmeisje, het tweede bruidsmeisje was wat verlaat, kwamen Julian, neefje van Rocio, in een mooi pakje. Toen kwam de mooie bruid met haar vader binnen. Haar vader heeft bij het leger gewerkt en had een mooi pak aan met een sjerp. Tijdens de mis werd er door een aantal violisten en een cellist prachtige muziek gespeeld. Terwijl de mis bezig was liep het steeds voller in de kerk, men had waarschijnlijk ook verwacht dat het later zou beginnen. Toen de mis voorbij was en Bram en Rocio door het kerkpad liepen werden er door ons allen nog zeepbellen geblazen.

Na de kerk werden we bij familie in auto’s verdeeld en naar het feestadres gereden. Onder de deurpost van de zaal hing een bloemstuk met twee linten eraan, waar door Piet, de vader Bram, en Romana, zus van Rocio, aan getrokken werd toen het bruidspaar binnenkwam. Er viel rijst uit en rozenblaadjes. Het was een hele mooie zaal met grote ronde tafels met witte kleden en om de stoelen zaten witte glanzende hoezen met blauwe strikken. Op de tafels stonden mooie bloemstukken. Als eerste werd er een sneeuwballendans gedaan, op een wals. Daarna werd er de gehele avond merenge en salsa gedanst en een polonaise. De polonaise was wel wat swingender dan we in Nederland gewend zijn. Er werden de gehele avond hapjes op tafel gezet, zoals: kaasballen, gefrituurde garnalen, kleine spiesjes met stukjes vlees. Alles was heerlijk. Om 1.30u werd er voor iedereen een bordje gepresenteerd met schapenvlees, een sausje, rijst en wat gebakken aardappeltjes. Daarna kregen we koffie. We dachten dat het feest na de koffie afgelopen zou zijn. Wij zijn immers gewend dat wanneer er op een feest laat op de avond koffie geschonken wordt. Maar het feest ging gezellig verder. Er kwamen nog mariachies de zaal in en zij speelden Mexicaanse muziek. Uiteraard werd die avond door de bruid ook het bloemstuk over de schouder gegooid. Ook moest Bram met zijn tanden de kousenband van Rocio haar been afhalen. Deze werd daarna ook over de schouder gegooid en de dame die het ving mocht een man uitkiezen die hem weer met z’n tanden aan haar been deed. Wilbert was ondertussen bij het groepje vrijgezelle mannen gaan staan en werd uitgekozen. Iedereen lachen natuurlijk en er werd geroepen dat hij geen vrijgezel was. Toch mocht hij de kousenband met zijn tanden om haar bovenbeen doen en werd er flink geklapt. Later werd er door een van de bandleden een dansje gedaan en wie zijn pet op zijn hoofd kreeg, moest met hem meedoen. De man had flinke losse heupen en niemand kreeg het natuurlijk voor elkaar zoals hij dat deed. Totdat Joost, de vriend van nicht Susan, aan de beurt was. Hij had al aardig wat gedronken en was erg los in de heupen geworden. Er werd luid geapplaudiseerd, want de Venezolanen vonden het geweldig dat een blonde Hollander met blauwe ogen hem haast vlekkeloos nadeed. Bijna aan het einde van het feest werd er nog wat met de bruidstaart gedaan, uit één van de taarten staken lintjes en aan één van deze lintjes zat een ring. De vrijgezelle dames mochten aan een lintje trekken en wie de ring had, die is de volgende die zal gaan trouwen. Daarna kregen we een heerlijk stukje van de bruidstaart en dat betekende het einde van het feest. Een gebruik is ook dat wat er over is door de gasten mee naar huis genomen wordt. Eén persoon van elke tafel mocht het bloemstuk meenemen wat op tafel stond. Bij een bruiloft wordt hier rum en/of, whiskey met cola of tonic gedronken. De flessen die over zijn worden ook verdeeld. Aan onze tafel werd bier gedronken, speciaal voor de Hollanders ingekocht, dus er was nog veel whiskey over. Deze hebben wij meegenomen, want Wilbert lust dat wel. Het einde van het bruiloftsfeest was aangebroken en we zijn met een taxi naar het hotel gegaan.


zondag 30 juni

Er werd natuurlijk uitgeslapen want we waren pas om 4.30u in het hotel. ’s Middags zijn Joost en Susan verder op hun rondreis gegaan. Wij zijn bij de ouders van Rocio de film en foto’s van de bruiloft gaan bekijken. ’s Avonds zijn we op tijd naar bed gegaan, want dat was nog niet gebeurd in deze vakantie. Tiny en Piet zijn ook optijd gaan slapen. Zij gingen de volgende dag al om 4.00u ’s ochtends naar Isla Margarita.


maandag 1 juli

We hebben nog wat gewinkeld in de stad en ’s middags om 15.00u zijn we met de taxi richting Caracas gereden, naar het vliegveld. Om 17.00u waren we daar aanwezig en het inchecken nam weinig tijd in beslag. Bij de douane stond een iets langere rij, maar het verliep verder vlekkeloos. Bij de ‘gate’ aangekomen, moesten we goed in de gaten houden of we richting vliegtuig moesten want er werd niets omgeroepen. Om 20.10u vertrok ons vliegtuig richting Curaçao. Om 21.00u stonden we al op Curaçao op onze koffers te wachten. Roland en Barbara hebben ons weer veilig naar ‘Seru Coral’ gebracht. Onze vakantie zit er weer op!
 
 
We hebben 1 gast online